Humerus Supra- en transcondylaire fractuur

Traumamechanisme

Meestal val op gestrekte arm en hyperextensie met dislocatie naar posterieur (extensie type)
Zelden hyperflexie met dislocatie naar anterieur (flexie-type).

Klinische presentatie

Pijn en functio laesa. Haemarthros en forse zwelling elleboog. Deformiteit. Nauwkeurig documenteren neurovasculaire status van de hand wegens risico op neuropraxie (of neurotmesis) van n. medianus, n. radialis en n. ulnaris en kans op spasme, interpositie of letsel van de a. brachialis.

Algemeen

Er vind relatief weinig groei plaats rond de elleboog. Hierdoor komen groeistoornissen relatief weinig voor. Hierdoor vindt echter ook weinig remodellering plaats waardoor onvolledige repositie gemakkelijk lijdt tot blijvende standsafwijkingen. Repositie tot anatomische stand is daarom enorm belangrijk. Rotatie afwijking corrigeren niet.
Cave letsel arteria brachilis en zenuwletsel bij ernstig gedisloceerde fracturen.

Beeldvorming

X elleboog: AP en lateraal
CT alleen bij het vermoeden op een gedisloceerde intra-articulaire fractuur (zeldzaam)

Classificaties

De Gartland classificatie wordt het meest gebruikt. Deze is echter slechts gebaseerd op de bevindingen op de laterale elleboogfoto: dus de relatie tussen capitellum en anterieure humerus lijn. (zie ook uitleg hierboven/hoofdstuk Radiologie van de elleboog)

  • I Niet-gedisloceerd/anatomische stand
  • II         
    • A Angulatie met posterieur cortex contact / intact periost
    • B Angulatie met rotatie afwijking
  • III Dislocatie zonder cortex contact

NB 1 Realiseer je dat wanner bij het type 2A de voorste humerus lijn voor het capitellum langs loopt de dorsaal angulatie ongeveer 30-45 graden is!
NB 2 Let op rotatie afwijkingen (diameters)

Elleboog Kind_Humerus Supra- en transcondylaire fractuur_1a.png
Elleboog Kind_Humerus Supra- en transcondylaire fractuur_1b.png
De Gartland classificatie is erg eenvoudig en wordt om die reden nog veel gebruikt. Het is echter een sterke simplificatie van de dislocatie mogelijkheden gebaseerd op een richting. Varus, valgus, translatie en rotatie worden helemaal niet benoemd.
De classificatie volgens AO geeft hier een veel beter inzicht in en is om deze reden weergegeven. Hij is echter niet erg praktisch in gebruik.

Classificatie volgens AO Type 13-M/3.1 I – IV
Elleboog Kind_Humerus Supra- en transcondylaire fractuur_2.png

De transcondylaire fractuur is niet anders dan een zeer distale extra articulaire humerus fractuur die (deels) door de groeischijf verloopt. Behandeling als supracondylaire fractuur.

Elleboog Kind_Humerus Supra- en transcondylaire fractuur_3.png

Conservatieve behandeling

Indicatie: type I en IIA met angulatie < 30 graden: Voorste humerale lijn loopt nog door voorste 1/3 van het capitellum.

Therapie:

  • Eventueel repositie van dorsaal angulatie door hyperflexie onder PSA. Dit is geen gemakkelijke procedure en vereist vaak meer kracht dan verwacht. Vaak onvolledige repositie.
  • Bovenarmgips in 90° (nooit meer dan 90 graden wegens risico op strangulatie)

Nabehandeling en controles:

  • 1 week:
    • X indien gereponeerd is
  • 3-4 weken:
    • X, gips af afhankelijk van de leeftijd, oefenen
  • 6-12 weken:
    • Functie
    • Late controles indien standsafwijking of functiebeperking

Complicaties: onvolledige repositie of secundaire dislocatie. Zelden neurovasculaire complicaties.

Operatieve behandeling

Indicatie:

  • Type II A: met sterke angulatie: Voorste humerale lijn loopt voor capitellum langs.
  • Type II B: rotatie
  • Type III: volledige dislocatie

Verder bij

  • Verdenking a. brachialis letsel.
  • Zenuw letsel in combinatie met verdenking a. brachialis letsel
  • Sensibele uitval alleen kan worden afgewacht, motorische uitval vaak ook.
  • Open fractuur
  • Vermoeden compartiment syndroom.

Therapie:
Altijd poging tot gesloten repositie en fixatie met percutaan 2 K-draden, bij voorkeur kruislings.
Indien niet succesvol na 2 pogingen: Open repositie via incisie in elleboogplooi. Hiermee wordt de repositie veel gemakkelijker, dus minder traumatisch, bovendien wordt de haemarthros ontlast wat het behoud van de repositie bevordert.

Bij letsel van a. brachialis bestaat verminderde perifere refill van de hand of verminderde pulsaties in a. radialis en/of a. ulnaris; peroperatief is terugkeer van een goede refill van de hand in principe voldoende. Saturatie-meting aan de hand kan hierbij helpen. Als open repositie niet resulteert in een voldoende herstel van de circulatie is exploratie van de a. brachialis aangewezen. Meestal wordt verminderde capillaire refill door passagère vasoconstrictie van de a. brachialis veroorzaakt. Applicatie van lokaal anestheticum, warme gazen en geduld kunnen de vasoconstrictie verminderen.
Bovenarmgips 4 weken.

Nabehandeling en controles:

  • 1 week:
    • X bij voorkeur zonder gipswissel (goed gips aanleggen op OK)
  • 4 weken:
    • Gips af, K-draden uit, X en oefenen
  • 12 weken:
    • Functie
    • Late controles bij standsafwijking, neurologische uitval (neuroloog, EMG) verdenking op mogelijke groeistoornis.

Complicaties: Standsafwijking zoals hyperextensie, cubitus varus, cubitus valgus, rotatie afwijking,
Bewegingsbeperking, zenuwuitval van n. Radialis, n. Ulnaris of n. Medianus (vrijwel altijd spontaan herstel in enkele maanden). Vaatletsel (a. brachialis)  Volkmannse contractuur indien onbehandeld, wondproblemen, pengat infectie, compartimentsyndroom.