Pertrochantere femurfractuur

Traumamechanisme

Meestal direct inwerkend geweld door een val op de trochanterregio. Bij uitzondering  axiaal inwerkend geweld. Vaak is er bij laagenergetisch trauma bij ouderen sprake van een osteoporotische fractuur. In sommige gevallen is er sprake van een pathologische fractuur.

Klinische presentatie

Verkort been in exorotatie en verkorting. Pijn, zwelling en ecchymose of haematoom heup regio, functio laesa.

Aanvullend onderzoek

Röntgenfoto’s: X-Bekken AP en X-heup AP en axiaal. Indien de foto geen duidelijke fractuur laat zien, maar de patiënt klinisch verdacht is voor een fractuur, zou een CT-scan kunnen worden verricht. (Zelden)

Classificatie volgens AO-Type 31

Extra-capsulaire proximale femurfractuur

  • A1: Eenvoudige 2-fragment trochantere fractuur
  • A2: Multifragmentaire trochantere fractuur met los trochanter minor fragment
  • A3: Intertrochantere fractuur: ‘reversed type’ of ‘transverse’ fractuur
Schermafbeelding 2019-11-14 om 08.29.48.png

Conservatieve behandeling

Er bestaat in principe geen indicatie voor conservatieve behandeling van een pertrochantere femurfractuur.

Operatieve behandeling

Indicatie: alle.
Therapie: Dynamic Hip Screw (DHS) of een intra-medullair implantaat (IM) zoals de Gamma-nagel of Proximal Femur Nail (PFN)

  • 31-A1 en 31-A2 fracturen: DHS of IM
  • 31-A3 fracturen: IM

Nabehandeling en controles:

  • Meestal direct belastbaar.
  • Thrombose profylaxe voor 6 weken
  • Peroperatief of direct postoperatief:
    • X
  • 1 en 3 maanden, evt. 6, 12 maanden:
    • X en functie 

Complicaties:
Fractuur gerelateerde complicaties: falen van fixatie (zoals cut-out van de schroef), pseudo-arthrose of non-union, malunion, rotatie afwijking, beenverkorting, neuropraxie. Pertrochantere fracturen zijn extra-capsulair derhalve is osteonecrose zeer zeldzaam.
Niet-fractuur gerelateerde complicaties: o.a. delier, wondinfectie, urineweginfectie, pneumonie, longembolie, CVA, myocardinfarct, overige trombo-embolisch event, decubitus.