Collumfractuur (= intracapsulaire proximale femurhals fractuur)

Traumamechanisme

Vaak door laag-energetische val op heup van uit stand bij ouderen, soms bij jongere patiënt door hoog energetisch trauma als auto ongeval.

Klinische presentatie

Pijn en drukpijn in de heup/liesregio.
Gedisloceerd: been verkort, in exorotatie en in enige abductie. Onbelastbaar. Functio laesa.

Niet-gedisloceerd: geen verkorting of standsafwijking, eventueel belastbaar.

Aanvullend onderzoek

X-bekken AP, X-heup AP en axiaal. Indien de foto geen fractuur toont, kan bij een sterke klinische verdenking op een fractuur een CT-scan of MRI worden verricht.

Belangrijkste criterium is de mate van dislocatie. Hiervoor wordt de Garden classificatie het meest gebruikt. Let op de stand kop op AP opname
Niet-gedisloceerd:

  • Garden type 1: Valgus- of impactiestand
  • Garden type 2: fractuur in anatomische stand

Gedisloceerd:

  • Garden type 3: Varusstand
  • Garden type 4: Volledige dislocatie
Schermafbeelding 2019-11-11 om 13.17.08.png

Pauwels: hellingshoek van de fractuur op de AP opname,

  • Type 1 = 0 - 30°. Vaak stabiel te reponeren
  • Type 2 = 30 - 70°. Intermediair
  • Type 3 = > 70°. Steile fractuur, vaak niet stabiel te reponeren.

Müller/AO classificatie: wordt zelden gebruikt (31-B)

Conservatieve behandeling

Indicatie: wegens de hoge secundaire dislocatiekans (ongeveer 30%) is er in principe geen plaats voor conservatieve behandeling. Optioneel bij patiënten met een niet- gedisloceerde fractuur bijvoorbeeld Garden 1 fractuur, die:

  • pre-existent immobiel waren
  • levensverwachting < 2 weken hebben
  • ernstig weke delen letsel hebben.

Therapie: vroege mobilisatie o.g.v. pijn.
Nabehandeling en controles: thrombose profylaxe voor 6 weken.
Controle functie 1 en  3 maanden, eventueel 6 en 12 maanden.
X alleen als pijn persisteert, toeneemt of terugkeert.
Complicaties:
Fractuur gerelateerde complicaties: osteonecrose, non-union, secundaire dislocatie, chronische pijn in de heupregio
Niet-fractuur gerelateerde complicaties: o.a. delier, wondinfectie, urineweginfecties, pneumonie, longembolie, CVA, myocardinfarct, overige trombo-embolisch event, decubitus, overlijden.

Operatieve behandeling

Indicatie: Alle collumfracturen
Therapie:

  • Niet-gedisloceerde mediale collum fractuur (alle leeftijden): Drie gecanuleerde schroeven of DHS, afhankelijk van ingeschatte stabiliteit fractuur, botkwaliteit, comorbiditeit en voorkeur operateur.
  • Gedisloceerde mediale collum fractuur(<70 jaar):
    • Vitale1, mobiele3 patiënt:
      • na optimale repositie kopsparende fixatie: DHS ± anti-rotatie schroef.
      • bij inadequate repositie: KHP of THP.
    • Matig vitale2 patiënt: THP of KHP.

Oudere patiënten (≥70 jaar):

  • Vitale, mobiele patiënt: THP.
  • Matig vitale en/of matig mobiele patiënt: KHP.

Uitzonderingen

  • Patiënt met pathologische fractuur: Alle leeftijden:
    • "Stop-think-stage". Zie richtlijn pathologische fractuur extremiteiten: keuze implantaat afhankelijk van specifieke casus.
  • Collum fractuur bij symptomatische gevorderde of reumatoïde arthrose: ·  THP.
1 vitaal: ASA 1-2
2 matig vitaal: ASA 3-5
3 mobiel: geen loophulpmiddelen, onbeperkte actieradius

Nabehandeling en controles:

  • Doel: altijd belaste mobilisatie van osteosynthese of endoprothese. Op indicatie van chirurg: zonodig partiële belasting van osteosynthese.
  • osteoporose screening bij alle laag-energetische fracturen bij mannen > 50 jaar en postmenopauzale vrouwen.
  • thrombose profylaxe voor 6 weken
  • Peroperatief of direct postoperatief:
    • X
  • 1 en 3 maanden, eventueel 6 en 12 maanden:
    • X en functie

Complicaties:
Fractuur gerelateerde complicaties: secundaire dislocatie, osteonecrose, falen van fixatie (zoals cut-out), infectie, delayed of non-union, endoprothese: luxatie, peri-prosthetische fractuur, infectie (diep of oppervlakkig).
Niet-fractuur gerelateerde complicaties: o.a. delier, wondinfectie, urineweginfectie, pneumonie, longembolie, CVA, myocardinfarct, overige tromboembolisch event, decubitus, overlijden.