Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie

subvereniging van de nederlandse vereniging voor heelkunde

Wennen doet het nooit

Publicatiedatum: 
10-06-2017

Wennen doet het nooit

Het is een uurtje of twaalf als ik uit mijn slaap gewekt wordt met de vraag of ik met spoed naar de traumakamer kan komen. Er is een steekpartij geweest in het uitgaansleven en de patiënt is in een zeer slechte conditie. Direct spring ik uit mijn bed en terwijl ik verschillende scenario’s in mijn hoofd doorneem, haast ik mij naar de spoedeisende hulp. Daar aangekomen hoor ik dat het om een jonge patiënt gaat die in zijn hart is gestoken. Hij is er zeer slecht aan toe. In de ambulance wordt er al gevochten voor zijn leven en ze zijn bezig hem te reanimeren. Als de patiënt binnen wordt gebracht, blijkt dat het Medisch Mobiele Team samen met de ambulanceverpleegkundigen al geruime tijd bezig zijn met reanimeren. Dat betekent dat er al geruime tijd onvoldoende bloed en zuurstof naar de hersenen zijn gestroomd en ik maak me direct zorgen of hij het wel gaat redden als zijn hart niet snel weer aan het kloppen komt. Als traumateam bestaande onder andere uit de traumachirurg in opleiding, de anesthesist, de intensive care arts, de neuroloog en de radioloog inclusief twee verpleegkundigen en mijzelf (traumachirurg), weten we direct dat er nog maar 1 mogelijkheid is. Ik twijfel geen seconde en we doen waar we voor getraind zijn. We opereren hem direct op de Spoedeisende Hulp. Het lukt ons om binnen een paar minuten het gat in zijn hart dicht te hechten, terwijl er ondertussen door wordt gereanimeerd. Ondanks dat het gat nu dicht is, lukt het echter niet om zijn hart weer aan de praat te krijgen. Als team willen we niet opgeven en we gaan dus door. We doen er alles aan om zijn hart weer kloppend te krijgen. We weten echter dat met de minuut zijn kansen verslechteren en vragen ons na een tijd af of het nog wel zinvol is om nog langer door te gaan. Tegen beter weten in gaan we bij deze jonge patiënt toch nog een tijd door. Maar na een tijd dringt de bittere waarheid tot ons door: het is ons niet gelukt deze patiënt te redden. Het team is verslagen en we bespreken direct na wat er goed ging en of er misschien nog iets beter had gekund, zodat we van elke situatie kunnen leren. Er heerst een zware mineurstemming, maar we concluderen dat we met z’n allen goed hebben gehandeld en dat we er het maximale aan gedaan hebben. Maar deze patiënt was helaas niet meer te redden aan de steekwond in zijn hart. Nu moet ik het slechte nieuws nog aan de nietsvermoedende ouders gaan vertellen. Het enige dat zij wisten, was dat hij was neergestoken, niet dat hij er zo slecht aan toe was. Ik mocht ze de bittere waarheid gaan vertellen. Deze sloeg in als een bom. Hij was tenslotte nog maar een kind…

Enkele uren later stap ik weer in bed, maar ik kan de slaap nog niet vatten. Alhoewel ik weet dat we het maximale gedaan hebben, blijft dit vreselijk. Ik weet dat het bij het vak hoort, maar het went nooit, zeker niet als de patiënt nog zo jong is. Ik denk maar aan al die momenten dat we patiënten wél hebben kunnen redden en aan al die patiënten die we wél beter hebben kunnen maken. Uiteindelijk val ik in slaap. Voor mij is de situatie voorbij, maar ik weet dat de ouders hun hele leven nog aan deze vreselijke nacht zullen terugdenken..

 

J. Deunk

Traumachirurg