nederlandse vereniging voor traumachirurgie

subvereniging van de nederlandse vereniging voor heelkunde

 

T +31 (0)343 - 51 18 51

Kinderen

De behandeling van breuken bij kinderen is voor een deel hetzelfde als bij volwassenen, er zijn echter een aantal verschillen in de genezing tussen kinderen en volwassenen, zodat in veel gevallen de behandeling toch anders is. Dit heeft te maken met de volgende aspecten:

1. Het bot bij kinderen is veel elastischer

Het bot bij jonge kinderen is omgeven door een dik, stevig en elastisch botvlies. Wanneer een kind valt en iets breekt, breekt vaak alleen het binnenste gedeelte van het bot en niet het stevige botvlies eromheen. Wij noemen dit ook wel een 'Greenstick breuk' , 'groene-tak-breuk' of 'twijghout' breuk. Net als bij een jonge groene tak aan de boom, breekt deze niet helemaal door als je die probeert te breken, maar zal deze vaker knikken. Een oudere tak zal veel makkelijker breken.

Het gebroken bot bij kinderen zal dus ook eerder knikken dan helemaal doorbreken zoals bij volwassenen. Hierdoor zal een breuk ook minder vaak helemaal verplaatst zijn en hoeft deze minder vaak gezet te worden dan bij volwassenen.

2. Kinderen genezen sneller

Doordat kinderen sneller genezen, is vaak de duur van de behandeling vaak korter. En hoe jonger het kind, hoe sneller de genezing. Niet alleen hoeft er daardoor bijvoorbeeld vaak minder lang gips gegeven te worden, maar ook kan het bot sneller belast en gebruikt worden na een operatie.

3. Groei corrigeert een eventuele standsafwijking

Zolang het kind nog in de groei is, is het lichaam in staat om standsafwijkingen van het bot ten gevolge van een breuk te corrigeren. En hoe langer het kind nog in de groei zit, hoe groter de standsafwijking is die het lichaam nog kan corrigeren. Deze standsafwijkingen groeien er dus weer uit. Bij hele jonge kinderen kunnen soms standsafwijkingen die met het oog aan de buitenkant zichtbaar zijn, er na enkele maanden tot jaren er gewoon weer uitgroeien. In sommige gevallen kan een knikstand van het bot met een hoek tot zelfs 50 graden er nog uitgroeien!

4. Problemen met schroeischijf

Ondanks wat er bij punt 3 staat, kan een breuk ook soms tot groeistoornissen leiden in het aangedane bot indien de breuk door de groeischijf zelf heen loopt. Bij een kind in de groei, groeit een bot in de lengte vanuit de groeischijf welke zich aan het uiteinde van het bot bevindt. Door een breuk in de groeischijf zelf kan er een verstoring plaatsvinden van de botgroei vanuit deze groeischijf, waardoor een scheve botgroei in sommige gevallen mogelijk is. Een operatie met het vastzetten van de breuk door de groeischijf kan deze scheefstand proberen te voorkomen. Indien die scheefstand alsnog plaatsvindt, kan dit vaak in een later stadium alsnog met een eventuele operatie gecorrigeerd worden.

5. Na operatie verwijderen pen of plaat

Als een kind geopereerd is en de botbreuk is vastgezet met een plaat of een pennetje in het bot, dan zal deze meestal weer verwijderd moeten worden als het kind nog in de groei is (in tegenstelling tot bij volwassenen, waarbij we dat alleen doen als de plaat of pen duidelijke klachten geeft). Het bot groeit namelijk nog door en de plaat of pen kan niet meegroeien. Om hiermee problemen te voorkomen, wordt de plaat of pen verwijderd als we zeker zijn dat de breuk volledig genezen is (vaak pas na 6-12 maanden).

Bron: Nederlandse Ongeval Stichting. www.ongevalstichting.nl